Tegenwoordige tijd


  



Vul je antwoorden in. Als je klaar bent klik op de controleer knop.



1. Wanneer (zenden) je me het boek terug?
2. Hans (lenen) leent van iedereen boeken, maar zij (zenden) ze nooit terug.
3. Ik (verzenden) het pakket vandaag nog.
4. Je (wennen) gauw op een nieuwe school.
5. Waarom (wenden) je je niet tot de directeur?
6. Nergens (vinden) ik iemand die me (begrijpen) en (steunen) .
7. (Wennen) u al wat in de nieuwe omgeving?
8. De agente (wenden) zich om, (zien) de dief en (rennen) hem achterna.
9. Het verdrukte volk (strijden) al jaren voor zijn vrijheid.
10. De bel (luiden) .
11. De agent (gooien) jas en pet neer, (springen) in het kanaal en (redden) het kind.
12. Ik (redden) me wel, hoor!
13. Ik ben benieuwd, hoe je je eruit (redden) .
14. De chauffeur (laden) de kisten in de vrachtauto.
15. Hoe (laden) je een geweer?