Tegenwoordige tijd

Vul in. Klik dan op de knop "Nakijken"!

1. Kristel (vermijden) hem nog steeds.
2. Hij (vermoeden) dat ze een ander heeft.
3. (Worden) ik weer overgeslagen?
4. (Houden) je meer van vis?
5. De boot (bevinden) zich in ondiep water.
6. (Melden) jij je even af bij je mentor.
7. Chantal (verbeteren) haar werk.
8. Wat (verbeelden) hij zich wel.
9. Hij (verduisteren) het lokaal.
10. Het huis (branden) helemaal af.
11. Heb je gezien hoe goed hij (rijden) .
12. De leraar (worden) nooit boos.
13. Is het waar dat Juna van jou (houden) ?
14. Vraag eens wat hij (bieden) .
15. (Vermelden) jij je postcode wel?
16. Afrika (strijden) nog steeds voor onrecht.
17. Die brief (zenden) ik niet aan haar.
18. Er (woeden) een orkaan.
19. In mijn vrije tijd (verspreiden) ik folders.
20. (Binden) jij de koffers op het dak?
21. (Aanvaarden) je die opdracht niet?
22. Hij (onderhandelen) over vrije tijd.
23. (Treden) de politie niet te hard op?
24. Het (gebeuren) steeds weer.
25. Ze (verspreiden) een gerucht.