Tegenwoordige tijd


  

Vul in. Klik dan op de knop "nakijken"!

1 Ik (vinden) het erg gezellig, als je (blijven) blijft eten.
2 De nieuwe leerlinge (lijken) mij een leuke meid.
3 De legerarts (roepen) een verpleegster en (opereren) de gewonde sergeant.
4 De perenboom (bloeien) eerder dan de appelboom.
5 De industriestad (breiden) zich voortdurend uit.
6 De mensheid (snakken) naar vrede.
7 Als de prinses Brussel (bezoeken) , (logeren) zij in het paleis.
8 Het geld dat je aan dit doel (besteden) , (besteden) je goed.
9 (Vinden) jij de nieuwe methode goed?
10 Hij (zeggen) precies wat hij (menen) .
11 Hij (winden) er geen doekjes om.
12 Ik (beantwoorden) alle brieven onmiddellijk.
13 (Besteden) jij veel tijd aan je huiswerk?
14 (Vinden) je dat ik er te veel tijd aan (besteden) ?
15 Deze opleiding (bieden) nog toekomst-mogelijkheden.
16 Het Stedelijk Orkest (geven) a.s. donderdag een concert.
17 Er (heersen) grote onrust in de Britse auto-industrie.
18 Een tiran (handhaven) zijn gezag door onderdrukking.
19 Jij (steken) met alles de draak.
20 Je (houden) je nooit aan je woord.
21 Ik (houden) niet van jazz.
22 Deze regel (gelden) hier niet.