Vul je antwoorden in. Als je klaar bent klik op de controleer knop.
haasten Ik mij naar huis.De reizigers zich naar het perron. melden De meester zich ziek.De omstaanders het ongeval. redden De dokters het leven van de patiënt.De jongen zijn zusje uit het water. kneden moeder het deeg tweemaal?De kinderen de klei tot een figuurtje. landen De vliegtuigen op het grote plein.De hongerige vogel op de voederplank. starten 's Winters de wagens moeilijk.De renners erg ongelijk. groeten De juf mij in het voorbijkomen. De kinderen de directeur. loten Zus de eerste prijs in de wedstrijd.Wij de gemakkelijkste vragen. verwoesten De honden het pas aangelegde perk.De oorlog de ganse stad. zetten Ik steeds de koffie.De arbeiders de machines weg.