Onvoltooid Verleden Tijd

Vul je antwoorden in. Als je klaar bent klik op de controleer knop.

1. Symen (verwachten) toen grote tegenstand.
2. (kerven) Simon en Niels een naam in een boom?
3. De spitsen (scoren) 4 doelpunten.
4. Jolien (dragen) toen ook dat truitje.
5. Hij (verbergen) dat geld in het kluisje.
6. Meneer Broos (belasten) zijn rug met de verhuizing.
7. Sanne (praten) vorige week ook al tijdens de les.
8. Wij (beleven) niet veel in deze klas.
9. Sam (begroeten) haar weer niet.
10 Meneer Lemmens (sussen) de ruzie.
11. Waarom (branden) er gisteren maar een lamp?
12. Die meisjes (smeden) gemene plannen.
13. Het dier (verspreiden) een vieze stank.
14. Men (vrezen) voor hoge cijfers door deze oefeningen.
15. Er (mogen) niemand meer bij van de brandweer.
16. Die meisjes (dansen) toen de hele tijd.
17. De politie (luchten) de boef op de binnenplaats.
18. Die smoes (kosten) hem bij de kop vorige keer.
19. Meneer Boma (sjezen) met 100 km. door de bocht.
20. Toch (zappen) hij gisteren veel meer.
21 Jij (verloten) toen ook dat spel.
22. Gisteren (saven) ik het bestand verkeerd.
23. In de kelder (darten) drie kinderen.
24. Hij (checken) met spieken onderaan deze oefening.
25. (verbazen) het aantal fouten je in dit lesje?