Invuloefening

Vul je antwoorden in. Als je klaar bent klik op de controleer knop.

1. Ik (bezoeken) gisteren de bioscoop.
2. Hij (bederven) toen mijn feestje .
3. De kat (bezwijken) aan zijn verwondingen.
4. Het (bestaan) al veel langer.
5. Een dag terug (duiken) Charissa nog mee.
6. Vorig jaar (glimmen) die kerstballen mooier.
7. Wij (kiezen) toen de verkeerde.
8. Xandee (betreden) het podium.
9. De scheidsrechter (fluiten) vorige keer ook zo slecht.
10. Toen (winnen) we ook niet.
11. Waarom (vermijden) je haar.
12. De boot (varen) een uur terug door de sluis.
13. De hond (begraven) het bot.
14. Hij (verliezen) al zijn geld met gokken.
15. Meneer Mertens (zenden) hem toen ook al voor een boodschap.
16. Femke (vallen) wel op met haar fiets.
17. Toen (opheffen) ik het glas op het jaar 2000.
18. In de Steenoven (schenken) men vorige keer ook geen bier.
19. Anouk (steken) met haar honden de Kerkstraat over.
20. Het (vriezen) eergisteren nog harder.
21. Silke (zwerven) weer eens tijdens de les door de kelder.
.22. (zwijgen) Sylvie maar eens een les!
23. Dat antwoord (weten) David ook al.
24. Hij (zeggen) dat hij haar niets had gedaan.
25. (zijn) deze woorden allemaal sterk?