OVT, volt. deelw. als bijv. nw. en hele ww.


Vul je antwoorden in. Als je klaar bent klik op de controleer knop.

1 De politie (verspreiden) de menigte.
2 Wijd en zijd (verspreiden) lagen de restanten.
3 Het kostte de politie grote moeite de menigte te (verspreiden) .
4 Het opgetogen publiek (juichen) de spelers toe.
5 De (toejuichen) spelers gingen naar de kleedkamer.
6 Het schip (stranden) voor de kust van Noord-Holland.
7 De (stranden) vissersboot werd vlot getrokken en naar de haven gesleept.
8 De (ontvluchten) gevangenen (trachten) naar Duitsland te (vluchten) .
9 Toen de bewaker zich even omkeerde, (ontvluchten) de gevangene.
10 Moeder (braden) het vlees voor de volgende dag.
11 De geur van (braden) vlees is heerlijk.
12 Moeder stond vlees te (braden) .
13 In de vergadering (rijzen) bezwaren tegen het voorstel.
14 De (rijzen) bezwaren werden door de voorzitter ontzenuwd.
15 De politie (arresteren) de oplichter.
16 De (arresteren) oplichter heeft een volledige bekentenis afgelegd.
17 De gemeente (verharden) de rijwielpaden.
18 De gemeenteraad besloot de paden te (verharden) .
19 Naast de hoofdweg werden (verharden) rijwielpaden aangelegd.
20 De brand (verwoesten) de fabriek volkomen.
21 De in de oorlog (verwoesten) huizen werden herbouwd.