Werkwoordvormen invullen : alles door elkaar


Vul in en klik op de knop 'Nakijken'


1. De benzineprijs is opnieuw (verhogen) .
2. De werkster heeft het kantoor (stoffen) en (stofzuigen) .
3. De (springen) waterleiding heeft een overstroming in de kelder (veroorzaken) .
4. Dagen na de dijkbreuk (melden) de overheid, dat het water (bedwingen) en alle gevaar (wijken) was.
5. De aanhouder (winnen) .
6. De nieuwe fabriek levert (spinnen) garens.
7. Er worden jaarlijks duizenden Japanse camera's (importeren) .
8. Na een uur was de brand (blussen) .
9. De officier van justitie (achten) opzet tot belediging bewezen en (eisen) een boete van honderdnegentig euro.(v.t.)
10. (Uitbreiden) landstreken zijn door de zee (aanslibben) .
11. Wie zich (verhogen) , zal (vernederen) worden.
12. (Stelen) goed (gedijen) niet.
13. De hoofdstraten, het was bijna Kerstmis, waren (illumineren) .
14. Met (verbijten) gezicht (loeren) de bokser naar zijn tegenstander. (v.t.)
15. Het boek is prachtig (illustreren) .
16. De grootte van de (aanrichten) schade is nog niet (vaststellen) .
17. Hij stond aan de grond (nagelen) van schrik.
18. De (afbranden) huizen werden (slopen) .
19. De (inenten) kinderen kregen hoge koorts.
20. In 1291 zijn de kruistochten (eindigen) .